Jeroen Buitenman

Hij schildert waar hij van houdt maar doet ook aan zelfreflectie, volgens hem kan het altijd beter. Volgens mij is het perfect.

Jurken

Jeroen Buitenman, (1973) sedert jaren woonachtige op het “bloemen-eiland” Madeira, besloot in 1997 zich vol op de olieverf techniek te storten en een eigen stijl te ontwikkelen. Vele exposities in binnen en buitenland volgden. Tot op de dag van vandaag, met behulp van het prachtige licht van het eiland Madeira heeft Jeroen zich vooral gespecialiseerd in het gebruik van kleuren en met name de reactie van de kleuren ten opzichte van elkaar. Geïnspireerd door oude meesters en het werken voor een groot parfumhuis vormden zijn autodidacte opleiding en zijn thema´s rond vrouwelijke schoonheden. De lege jurken en de altijd voortdurende bloemen pracht van Madeira komen samen in de nieuwe werken van zijn Flower Dresses.

Zijn naam en zijn werk is bekend over de hele wereld. Jeroen is trouw aan zichzelf en volgt zijn eigen pad. Hij schildert waar hij van houdt maar heeft gelukkig ook een goede zelfreflectie, wat ging er goed, wat kan er beter. Volgens hem kan het altijd beter.
Volgens mij is het perfect. Mooie surrealistische plaatjes van jurken die leeg zijn, laten een buitenkant zien die verleidt.

Reizen beïnvloeden zijn werken, kleuren en stijlen. Overal waar hij komt, fotografeert hij ze, de jurken in Marokko, Argentinië, Spanje en Amsterdam.

  • schilder
Een schilderij is eigenlijk nooit af, kan altijd beter, frustrerend

Ronald Kraayeveld de hoofdredacteur van de Tableau had onderstaand interview met Jeroen Buitenman

Die eeuwige zoektocht naar de essentie, interview met de kunstenaar

Kunsthistorisch gezien, past het werk van Jeroen Buitenman, opgenomen in tal van belangrijke kunstcollecties, in de traditie van de postimpressionisten: hij schildert waarvan hij houdt, op de manier die hem goeddunkt. Trouw aan zichzelf, hoeveel hij nog wil en moet ontdekken, als kunstenaar maar ook als mens op zoek naar zijn eigen werkelijkheid. Je eigen relatie met de kunst aangaan; zelf weer op zoek gaan – het kan en mag – beter nog: het moet zelfs – allemaal weer sinds de strijd tussen de -ismen in de beeldende kunst is gaan liggen.

Realisme?

Voor Buitenman absoluut geen misprijzende, negatief geladen term. Maar nog beter voelt hij zich thuis in het surrealisme. Vanwege het plezier, de energie, de voorstelling die mensen begrijpen, of beter: waarvoor zij de moeite nemen die in eerste, tweede of derde instantie te ontdekken. Voor hem in elk geval waardevoller en bevredigender dan wat hij misprijzend moeilijk toegankelijke, elitaire academiekunst of ‘Stedelijk Museum-kunst’ noemt. Eenkennigheid kent hij evenwel niet, als bewonderaar ook van Jason Pollock, het boegbeeld van het Amerikaanse abstract-expressionisme. Maar verder: je hebt slechte, middelmatige en goede kunst. En Pollock is gewoon goed. En de goeden komen als vanzelf wel naar voren. Of terug. Denk aan een andere held van Buitenman: sir Lawrence Alma Tadema, wiens werk decennialang werd veronachtzaamd, maar die glorieus terugkeerde op internationale kunstveilingen en -beurzen.

Hoeveel Buitenman ook nog wil en van zichzelf moet lezen; met zijn gevoel voor en kennis van de hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis is niets mis meer. Kritiek, als zou zijn werk politiek of historisch relevanter kunnen, wij§st hij resoluut af. Het gaat hem erom welke kunst hem boeit en aanspreekt, en waarmee hij enthousiasme en betrokkenheid kan losmaken bij zijn toeschouwers. En voor de echte diehards heeft hij wel een uitspraak van Matthijs Röling paraat. “Wie zich bezighoudt met Auschwitz, moet niet aan beeldende kunst doen. Fotografie en film tonen die gruwel veel overtuigender.”

Maar veel liever praat Buitenman over zijn zoektochten, zijn ontdekkingen, zijn gedachten, zijn strijd met de weerbarstige materie. Wanneer is een schilderij geslaagd? Wanneer is hij tevreden? Zat de euforie al in de (computer)schets vooraf, of komt deze als het schilderij is voltooid? Wat ging er fout? Waarom zag hij een schilderij in aanleg niet zitten, was hij ten einde raad om er uiteindelijk toch mooie dingen in te ontdekken? En het exposeren en te verkopen?

– “Een schilderij is eigenlijk nooit af, kan altijd beter, frustrerend.
– Verf moet mooi droog zijn; is pas na een jaar egaal. Dan een retoucheervernis. Sommige schilderijen geef ik ook geen slotvernis. Dat mag ook na twintig jaar.
– In het begin was ik te snel. Was de onderlaag niet, maar de bovenlaag wel droog. Met craquelures als gevolg. Maar door schade en schande wordt je wijzer. Maar ja, vroeger bewerkte ik rolluiken voor met een olielaag, dan de spuitbus erop en een snel vervliegend oplosmiddel.
– Met wit moet ik oppassen, behalve als het heel dik is opgebracht. Maar ik kan het ook als effect gebruiken: expres een vette laag, dan een magere, dan afkrabben.”

Onderzoek vormt een hoofdbestanddeel in zijn dagelijkse werk

Stel: Buitenman wil op een dag met blauwen werken. Kijken en zien hoe die kleuren verschillen en op elkaar inwerken. Op zoek ook naar kleuren die nog niet bestaan, die – laag over laag – nog niet als een kleur zijn benoemd.

“Wat gebeurt er als je dik begint en transparant eindigt? Je moet maar afwachten wat het effect is. En of het mooi is. Natuurlijk zijn er wetmatigheden. Elke kleur geeft trillingen terug. Maar nogmaals, dat moet je proefondervindelijk uitzoeken. Dat moet je leren, net als spruitjes eten. Soms kleuren kleuren heftig. Turkoois, bijvoorbeeld. Kijk maar bij de Inca’s. Hier in Portugal bestudeer ik planten, roze met groen gekleurd. Ik experimenteer met die kleuren, wil zien en weten waarom het echt mooi is. Of niet. Natuurlijk: ik kijk ook naar het werk van andere schilders. Naar Matthijs Röling; naar de Italiaanse schilderkunst met zijn okers en siena, naar After Nature. En alles wat je ontdekt, moet je eigenlijk opschrijven, nog beter: leren opschrijven. Zoals Van Gogh deed. Dat wil ik allemaal nog van hem gaan lezen. Het lijkt me net het leren van een andere taal. Natuurlijk ken ik ook het boek van Itten. Maar ik ben er ook achtergekomen dat je op een gegeven moment een pure grondstof als indigo nodig hebt. Dat is synthetisch nog niet zo goed na te maken. Ik heb ook veel geleerd van Jeroen Hoopman van de Schilderwinkel in Amsterdam. Die dacht altijd mee. Zag me eens met een vijzel en pigmenten. Niet doen, hoe leuk het er ook uitziet voor je klanten, hoorde ik van hem. Maar het materiaal is zo verbeterd.”

– “Kijk eens naar die twee gelen. Gaan ze elk een andere kant op? Gaan ze alle kanten op? Je moet mazzel hebben. Dan wordt het bijna geil.
– Portugal nodigt me uit tot licht werk. Maar die neiging had ik al, hoe vaak ik ook ’s nachts heb gewerkt. Alleen moet je ’s nachts geen huiskleur willen schilderen; sommige gelen vallen weg als er een ander geel op schijnt.
– Ik kijk ook naar het werk van Indianen, met hun neiging felle kleuren over elkaar heen te schilderen. Dat moet je bijna leren eten. Het is net als met tropische vissen, papegaaien en vlinders. Wat zij met hun kleuren uitstralen: wij zijn giftig, gevaarlijk: niet opeten dus.”
– Zo ook kreeg Gaugain op Tahiti een nieuw palet toegeschoven. Ongelofelijk. Een droom ook. Wij zaten hier nog maar al te vaak met een bruin hertje tegen een groene achtergrond.”

Maar nog belangrijker: zijn eigen ontwikkeling als mens. Zelfvertrouwen. Nog meer willen onderzoeken en experimenteren. Nog beter communiceren, elkaar verhalen vertellen die boeien en verhelderen. Om ook als kunstenaar uitdrukking te kunnen geven aan menselijke gevoelens als het vinden en verliezen van een geliefde.

– Ik wil ontdekken, experimenteren. En ik kan dat doen in maximale vrijheid.
– Ik ben dankbaar dat ik met veel motivatie ben geboren.
– Wat was ik trots toen mijn werk voor het eerst in de Spiegelstraat werd getoond.
Plus de mooie recensies, zoals in Het Parool. En dan zo’n kop in een Newyorkse krant: Dutch Realists in NY: Jeroen Buitenman and Rob Scholte. Ik als eerstgenoemde!”

Reizen heeft zijn werk daarentegen beïnvloed

Zijn schilderijen laten het zien. Nieuw ontdekte paletten vanuit Brazilië. Moorse invloeden, op zijn tegels en mozaïeken. Delfts Blauw wordt Portugees Blauw, met nieuwe motieven. En dan de jurken; overal waar hij kwam en komt, schetst of fotografeert hij ze. Van de gesluierde vrouwen in Marokko (“dat heeft echt iets sensueels”) via de jurken, beter: gewaden (“ik heb er ook een paar gekocht”) die tijdens processies in Spaanse steden als Sevilla en Granada worden gedragen tot de soms spectaculaire jurken waarin de Argentijnse tango wordt gedanst. “Al in het begin van mijn schildersbestaan, op het Prinseneiland, werkte ik bij muziek van Astor Piazzolla. Die passie, die wil je ook in je werk hebben.”
Maar waar ik zeker naar uitkijk, zijn exposities van mijn werk. In Londen en New York, maar vooral in Parijs en Berlijn.”

Achteloos, bijna terloops, vallen de namen van ikonen uit de beeldende kunst in de gesprekken. Maar Jeroen zou geen Buitenman zijn, als hij niet met verrassende uitspraken zou komen. Een selectie van zijn helden worden hieronder kort beschreven.
Rembrandt
“Ik hou niet van zijn handschrift. Alleen zijn etsen, die vind ik wel bijzonder. Je ziet en herkent zijn snelle manier van werken, iets duidelijk maken. Prachtig, die handen.”
Caravaggio
“Ik bewonder zijn kleurcontrasten. Vooral hoe hij Pruisisch Blauw en oker gebruikt. Dat deed Rubens overigens ook. Al die heldere, bijna primaire kleuren. Fascinerend hoe hij met herhalingen, bijvoorbeeld met twee gezichten naast elkaar, zijn werk dynamiek geeft.”
Jeff Koons
“Stilistisch heel sterk, vooral in zijn beeldhouwwerk. Tussen kunst en commercie. Daar is hij niet vies van, net zo min als van seks en vrouwen. Ik ook niet. Bij hem vergeleken vind ik Andy Warhol maar een praatjesmaker met gemakkelijke trucjes.”
Gustave Klimt
“Wat kon die man goed realistisch schilderen, ook qua gevoel en kleurgebruik. En als je dan ziet hoe hij later in zijn leven gaat abstraheren, en echt de kunst beheerst van het pakken van de essentie. Ik heb wel wat met Jugendstil; heeft veel met gevoel te maken. Kijk eens naar een hond van Klimt. Hij kent de autonomie van het beest. Maar hij vergroot en verkleint lichaamsdelen op zo’n manier dat hij bij kijkers nieuwe emoties weet los te maken. Herkenbaar voor mij: Klimt werd in zijn tijd een beetje ordinair gevonden; te veel commercie, te weinig kunst. Maar die kritiek hoor je nauwelijks meer.”
Herman Brood
“Absoluut nog ondergewaardeerd. Voor mij een held en een anti-held tegelijk. Heel dynamisch. Mede door hem kwam ik terug bij moderne kunst, maar minder elitair, iets minder figuratief, iets abstracter zonder onbegrijpelijk te worden. Ik vind zijn werk heel goed, ook al maakte hij ook gewoon slechte schilderijen.

Vader Robb Alexander Casimir Buitenman

beroemd fotograaf en ook een van Jeroen zijn helden, was vertegenwoordigd in tal van belangrijke collecties, met assistenten zoals Maurice Boyer die het ver gingen schoppen. Geïnterviewd door alle belangrijke fototijdschriften. Zwart-wit Polaroid-foto’s; pure kunstfotografie.
Robb stopte met het werk waarin hij goed was. Doodjammer. Eigenlijk ben ik er nog steeds kwaad over dat hij is gestopt met zijn realistische fotokunst. Zoiets gaat mij niet gebeuren. Ik ben absoluut van de realistische kunst: en ik wil meevechten dat die helemaal terugkomt. Wat dus niet wegneemt dat ik kan genieten van het werk van de (abstract-expressionistische) Jason Pollock: spetterend zonder spetters.
Ik ging op mijn zestiende bij mijn vader wonen. Ik stopte met school, ging vaak met hem mee. Soms hadden we slaande ruzie. Een eigenwijze man. Maar daar kam hij wel mee weg. Zo liet hij zich inhuren als creatief adviseur bij een groot ICT-bedrijf. Toen ik in Marokko ging werken, heeft hij me drie keer opgezocht. Dat wel. Ging hij ook weer fotograferen, gelukkig. Ik heb veel met hem gereisd, vooral naar Zwitserland.
Ja, er was competitie met Robb. Hij was wel een beetje jaloers op me. Hij liet wel blijken dat hij het vervelend vond dat ik goed – beter dan hem – bezig was. Maar ineens was er weer die vadertrots. Toen ik bijvoorbeeld op mijn eerste tentoonstelling, in 1998 op het Prinseneiland in Amsterdam, alles verkocht.

En toen kwam er die drang om te gaan beeldhouwen

Voor Jeroen Buitenman was het eigenlijk nooit de vraag of hij ooit zou gaan beeldhouwen. Eerder wanneer. “Vader Robb liet mij al als jongetje beeldjes maken, als cadeautjes voor zijn vrienden in Zwitserland.” In de nazomer van 2007 was het dan zo ver: Jeroens eerste beelden ontstonden. En werden ze korte tijd later al tentoongesteld bij Gallery LL in Amsterdam. En vlogen ze in éen keer weg.
Gefascineerd door beelden was hij dus al zijn hele leven. Terugblikkend: “Ook mijn moeder heeft heel wat van die beeldjes bewaard. Op de Vrije School vond ik het ook al leuk, om me daar een paar uur per week bezig te houden met hout en klei. Als ik nu klei wil hebben, hoef ik niet eens meer naar een winkel. Ik graaf gewoon een gat in de grond naast mijn huis in Portugal. Perfect materiaal. Stoeien met gaasbeton deed hij al eerder, met mozaïeken, een beetje Gaudi-achtig. En ondertussen maar blijven kijken naar sculpturen van anderen. “
Ook de afwisseling van disciplines – tekenen, schilderen en beeldhouwen – bevalt hem goed. “ In schilderijen ben je maar aan het vechten met de dimensies. Met beeldhouwen hoeft dat niet, of veel minder. Je kunt er eromheen lopen, nietwaar? Aan de andere kant: het is wel hard werken. Het zijn soms knalgevechten. Materiaalbeheersing, bijna een vak apart. In het begin vond ik het echt moeilijk een frame te maken. Er zit een hoop energie in die beelden. Bij de bronsgieterij zijn ze toch drie weken bezig met polijsten.”
Ook in zijn beelden gaat Jeroen Buitenman uit van zijn voorliefde voor mooie vrouwen en hun jurken. En net als zijn schilderijen, kun je ook de beelden van Jeroen Buitenman zien als een metafoor voor zijn levenshouding- en instelling gebaseerd op liefde, gevoel en een toefje religie. In beide disciplines zie je een nauwelijks onderdrukt of te onderdrukken verlangen naar een intrigerende schoonheid. Dat signaal wil hij de hele wereld inzenden, door sensuele beelden te scheppen die uitstijgen – soms met een hoog over-de-top-gehalte – boven de beperkingen die de werkelijke wereld, als die al zou bestaan, stelt.

“Zeer gecharmeerd van zijn al werk, vooral die jurken..”

Sheila Haasnoot She Art Gallery
Contact

Neem contact met ons op

Heeft u een vraag, wilt u een afspraak maken of buiten de openingstijden langskomen?
Neem telefonisch contact met ons op of stuur ons een e-mail.

Je gebruikt een verouderde webbrowser

Deze website maakt gebruik van moderne technieken die niet worden ondersteund door jouw webbrowser. Update mijn webbrowser

×